Wat is het recht van doorgang precies?
Het recht van doorgang (vaak “servituut van passage” genoemd) is een specifieke vorm van erfdienstbaarheid. Het geeft de eigenaar van een perceel (het heersende erf) het wettelijke of contractuele recht om over de grond van een buurman (het dienende erf) te wandelen, fietsen of rijden om zo zijn eigen eigendom of de openbare weg te kunnen bereiken. net als bij alle erfdienstbaarheden hangt dit recht vast aan de gronden zelf, en niet aan de personen die er toevallig wonen.
Je mag een poort of hek plaatsen op een recht van doorgang maar onder strikte voorwaarden. Als eigenaar van de grond behoud je het volledige eigendomsrecht en mag je je perceel afsluiten voor de buitenwereld. De absolute spelregel is echter: je mag het gebruik van de doorgang voor je buurman nooit verminderen of bemoeilijken. Plaats je een poort? Dan ben je wettelijk verplicht om de buurman direct een sleutel, code of afstandsbediening te bezorgen, zodat hij op elk moment van de dag ongestoord en zonder vertraging doorgang heeft. De poort mag ook de breedte van de doorgang (bijvoorbeeld voor auto’s of tractoren) niet versmallen ten opzichte van wat er in de akte staat.
